Staf was een fijne man.
In Gent had hij een frituur die tot de betere gerekend mocht worden en toen hij ze overliet, ging hij af en toe zijn dochter nog een handje helpen in haar eigen zaak. De liefde voor de friet, Vlaamser kan het toch niet?
Hij was - als ik even een cliché mag gebruiken – een van de pijlers van Teku Kan. Allicht waren er jongeren die technisch begaafder waren dan hij, maar dat gaf niet. Leeftijd was aan Staf niet besteed. Als de sempai hem vroeg om les te geven, dan stond hij daar, als een rots. En als jongere snaken zoals ik totaal uitgeput met hun tong uit hun bek stonden te hijgen, dan zei Staf “allez komaan, alles uit de kast”. En dat deed je dan gewoon. Kime was voor Staf geen ijdel woord. En na de training had je toch atlijd het gevoel dat je beter was dan voor de training.
Niet dat ik hem van nabij gekend heb, maar een training van Staf, die bleef aan je ribben plakken.
Staf kon mensen even hun grenzen doen verleggen, even boven zichzelf doen uitstijgen. Niet dat hij hogere diploma’s had, bijlange niet. Hij was ook niet de man van de lange babbels en af en toe vergat hij wel eens een naam. Maar hij kon op zijn eigen manier best gevoelig uit de hoek komen en jongere mensen inspireren.
Er mogen, wat mij betreft, meer Stafs in deze wereld rondlopen.
Oss, Sempai.
Gerrit
