Ook naar de gruwel, Eurosong geheten, gekeken? Ik wou het aanvankelijk niet doen, maar mijn rechteroogbol werd er naartoe gezogen. En dan blijf je kijken. Ik beken schuld en ik schaam me dood. Een soort voyeurisme, eigenlijk. Wat een tekstuele wansmaak, w…at een kutmuziek, kortom wat een brol. De meeste zangers (m/v) kunnen geen toon houden en zelfs als ze Engelstalige nummers zingen, kun je ze nauwelijks verstaan. Visuele effecten en spastische dansers (m/v) kunnen de meeste acts nog een beetje staande houden, mede door het hysterische gegil van hun hersenverlamde fans onder het publiek. Een zeldzaam nummer dat enige muzikale kwaliteit heeft, maakt geen schijn van kans. Tjakeboem-tsjakeboem-tsjakedoedewikewakkedoedeldoem. Da’s de norm. Kunnen we niet een actiegroep oprichten om dit soort entertainmentkots wettelijk van onze openbare omroep te laten bannen? En wedden dat u over pakweg een jaar niet meer weet wie er dit jaar (of vorig jaar, of het jaar daarvoor) gewonnen heeft? Of u godbetert het nummer nog kan nazingen – als dat al enig belang zou hebben, de vraag stellen is ze beantwoorden. De finale moet, o gruwel, nog komen. Ik denk dat ik dan misschien een lange nachtwandeling in het bos ga maken. Of gewoon over de wc-pot ga zitten kotsen als het te erg wordt. Ik heb een idee, bedenk ik plots. Laat Eurosong presenteren door Inuits in traditionele klederdracht, en verplicht de zangers (m/v) reglementair om hun nummers te brengen met een levende goudvis in hun mond. Dan kunnen we tenminste nog eens lachen. Oei, even tussendoor: de madam die nu net aan het tsjakeboemen is, is haar medeklinkers in de kleedkamer vergeten. Well, nobody’s perfect. De volgende zanger (ik kan dat beter, ik zweer het) zingt iets onbegrijpelijks in een of andere Balkantaal, doet iets met zijn heupen en wordt omkaderd door potige jeanetten in atletische kronkels. Hij maakt dus een grote kans om te winnen. Tsjakeboem.
