Mercedes

Waarom ik nooit ofte nimmer nog een Mercedes zal kopen? Het is een roestbak, daarom. Maar ik wil het verhaal ook een beetje kaderen. Vandaar deze aanloop, voor ik terzake kom.

Pakweg vijftien jaar geleden (ik kan er een jaar naastzitten, maar ik heb de papieren niet bij de hand en ik heb ook geen zin om ze te gaan zoeken) kochten mijn vrouw en ik een Mercedes Vito bij X in Lochristi (de naam van de garage laat ik veiligheidshalve achterwege). De verkoper was wat je een ‘gladde jongen’ kunt noemen. Bij zijn tweede bezoek ten huize sprak hij ons al met de voornaam aan enz.

Dat was einde augustus. De ‘wachttijd’, zei de verkoper, zou een maand of twee kunnen duren.  Toen ik in november nog niets had gehoord, belde ik hem op en hij zei dat hij me meteen zou doorverbinden met een secretaresse die op de hoogte was van de planning. De dame in kwestie viel kompleet uit de lucht, wist van toeten of blazen.

In december werd de Vito eindelijk geleverd, rechtstreeks naar het aanpassingsbedrijf – tevens Fiat-verdeler – waar er een rolstoellift zou worden gemonteerd.

Ondertussen reden wij nog met een Opel Vectra die zo goed als verkocht was. Ik telefoneerde naar de Mercedesverkoper met de vraag of ik voor enkele weken een vervangingswagen kon krijgen. Dat kon ik maar beter aan de Fiatgarage vragen, zei hij.

En nu terzake.

Pakweg twaalf jaar geleden doken de eerste sporen van roest op.  Dat was bijzonder vervelend want mijn vrouw (rolstoelgebruiker) en ik kunnen die auto geen dag missen. Op een gegeven moment praatte ik erover met mijn vaste garagist, die mij adviseerde om met mijn roestprobleem naar de hoofdverdeler te gaan, aan de Vliegtuiglaan in Gent.

Ik daarheen.

Waar een man elke roestplek (zowat wekelijks kwam er een bij) fotografeerde en met de meetlat opmat. Toen ik in zijn bureau de nodige formulieren ging ondertekenen, zag ik een stapel papieren liggen. “Tja, u bent niet alleen”, zei hij. “Dit moet nog allemaal naar de hoofdzetel in Brussel”.

Had hij die dag mijn auto op de brug gezet – wat hij niet deed – dan had hij gezien dat in het chassis onderaan een roestig gat zat, een vuist groot. Dat gat heb ik pas achteraf ontdekt, toen ik bij een carrossier ging.

Ik kreeg een telefoontje van de man van de Vliegtuiglaan, die mij zei dat “Brussel” mijn dossier had afgekeurd. Ik vroeg uitdrukkelijk naar een naam, een telefoonnummer, wie of wat of waarom, maar dat kon (lees: wilde) hij mij niet zeggen.

Naar de carrossier dus, een eenmansbedrijf in mijn gemeente. De man deed de job perfect, ook al kostte het mij ongeveer twee maandlonen.

Na enige tijd verschenen er nieuwe roestplekken. Omdat ik niet opnieuw een hap uit onze spaarboek wou nemen, ging ik dit keer bij een carrossier zowat dertig kilometer verderop, die de klus even perfect klaarde voor ongeveer de helft van die eerste prijs.

Enkele weken geleden moest ik door steenslag een nieuwe voorruit laten plaatsen. Bij Carglass zouden ze mij normaal gezien een levenslange garantie op de nieuwe ruit gegeven hebben, maar dat kon nu niet: aan de onderkant  van het kader was de carosserie te zwaar verroest, zei de man.

Een mens begint zo stilaan wat scherper te kijken naar andere Vito’s, en het begon mij op te vallen dat er eigenlijk ontzettend veel rondrijden met zo’n schurftige roestplekken.

Misschien een groepje oprichten, wat mails rondsturen en zo? Mensen verwittigen die zouden overwegen een Vito te kopen? Time to bite back?

Misschien laat het u onverschillig, beste lezer, maar ik heb het gevoel dat Mercedes mij al jaren als Jan Lul behandelt. En daar krijg ik het vliegend schijt van.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s